Een impressie van
mijn vakantie in Lapland
Op 12 juni vlogen
we van Amsterdam, via Helsinki, naar Rovaniemi (op de poolcirkel). Hier in
Nederland was het stralend weer, de voorspellingen voor het hoge noorden waren
wat minder.
Toch viel het niet
tegen die eerste dag. Rond zes uur ’s avonds arriveerden we bij ons hotel, waar
we als een haas de koffers naar de kamers moesten brengen, want ons wachtte een
verrassing.
We werden door een
echte Lap meegenomen de bossen in. Na een wandeling van een minuut of tien
kwamen we aan bij een houten hut in de vorm van een Lappentent (dus open van
boven; lijkt een beetje op een wigwam).

We kregen een
“ontstressings-ceremonie”: warm bessensap te drinken, een sneetje achter in
onze nek (niet echt dus, maar met een houten stokje en een natte spons, zodat
het voelde alsof er bloed vloeide), en twee houtskoolstrepen op ons voorhoofd.
Dit zou ook goed helpen tegen de muggen.
Na ons
poolcirkelcertificaat te hebben gekregen, mochten we terug naar het hotel (maar
goed ook, want inmiddels was het acht uur en hoog tijd voor een hapje eten).
Voor de andere
gasten moet het er wel raar uitgezien hebben: een groep Hollanders met zwarte
strepen op hun voorhoofd …… de verwarring was ’s avonds compleet toen een
Duitser aan uitgerekend de enige in onze groep die geen Duits sprak vroeg om
uit te leggen waarvoor die strepen dienden.
De volgende
ochtend vertrokken we richting het hoge noorden. We bezochten eerst het dorp
van de Kerstman, Napapiiri. Een gekke ervaring, om midden in de zomer omringd
te worden door kerstliedjes en –artikelen.

Officieel woont de
Kerstman natuurlijk op de Noordpool, maar aangezien daar geen toeristen komen,
is zijn residentie hierheen verplaatst.
’s Middags was het
tijd om goud te gaan zoeken. Ooit is bij Tankavaara goud gevonden (niet veel)
en sindsdien zijn er hier nog steeds enkele goudzoekers. Zij verdienen hun geld
heel wat makkelijker dan vroeger: je bouwt een dorp in wild-west stijl (vooral
de Amerikaanse toeristen vinden het “wonderful”), je laat wat ladingen zand
aanrukken uit een nabij gelegen riviertje (in de plaatselijke rivier zit allang
geen goud meer) en je laat de toeristen flink betalen om in dat zand
(misschien) wel een paar goudkorrels te vinden.

Ons
overnachtingsadres was in Ivalo, een stadje gelegen aan de meest visrijke
rivier van Finland. Ook de muggen waren hier zeer talrijk. Uiteraard was er ’s
avonds tijd voor een drankje in de bar, waar ons door een ladderzatte Finse
werd gevraagd wat langzamer te praten, omdat zij Duits had geleerd en ons
gesprek graag wilde volgen. Van Nederlanders en de Nederlandse taal had zij
geloof ik nog nooit gehoord.
Op zaterdag ging
het weer verder noordwaarts. We bezochten een museum waar van alles werd
getoond over de Lappencultuur (eigenlijk is “Lap” en scheldwoord en moeten we
spreken over de “Samen”). Ook kregen we een prachtige filmimpressie over het
Noorderlicht (jammer dat je, om dat echt te zien, in november hierheen moet).
Op film al zeer indrukwekkend, laat staan in het echt!
We staken de grens
met Noorwegen over en kwamen in Karasjok. Ook hier bezochten we een
open-lucht-museum over de Samen, gevolgd prachtige licht- en geluidsshow over
het leven van de Samen vroeger en nu.
Ons laatste doel
voor deze dag was de Noordkaap. Helaas werd het weer steeds slechter en kouder.
Gelukkig werkte de verwarming op de hotelkamer in Höningsvagg goed. Na een
uitgebreid buffet was het om half tien tijd om te vertrekken naar de Noordkaap.
Inmiddels was het lichtjes gaan sneeuwen, en lag de temperatuur nog maar net
boven het vriespunt. Dus: hemdje, trui, fleece-vest en jas over elkaar
aangetrokken en toch maar op pad. Helaas hebben we op de Noordkaap weinig
kunnen zien van de zon, want die ging geheel schuil achter de wolken. Om exact
middernacht verscheen er nog wel een streepje licht, maar inmiddels hadden de
batterijen in diverse fototoestellen (ook het mijne) het door de kou spontaan
begeven.
Toch wel een
aparte beleving.

Na ons certificaat
in ontvangst te hebben genomen (bewijs dat je echt op de Noordkaap bent
geweest), ging het weer snel terug naar het hotel, de warmte tegemoet.
Op zondag wachtte
ons een lange rit: naar Tromsö, de grootste stad boven de poolcirkel. Ook deze
dag werkte het weer niet mee, en dan is het een lange zit. ’s Morgens om negen
uur de bus in, af en toe een koffie/lunch-stop, een bezoekje aan een museum in
Alta, waar oude rotstekeningen te zien zijn, een overtochtje met de boot en pas
om negen uur ’s avonds kwamen we aan in ons volgende hotel, midden in Tromsö.
Tijdens zo’n lange rit wil je nog wel eens in slaap sukkelen in de bus.

Gelukkig was het
ook nog af en toe droog geweest deze dag, en konden we genieten van prachtige
vergezichten.

Ook de maandag brachten
we in Tromsö door. Lekker uitslapen dus, en daarna eerst een bezoekje aan de
“IJskathedraal”, een moderne kerk met prachtig glas-in-lood raam.
Daarna volgde een
bezoek aan het universiteitsmuseum, waar op een heel leuke en educatieve manier
het leven, de natuur en de cultuur van Noord-Scandinavië wordt getoond (wel
eens zelf een aardbeving veroorzaakt? Hier kan het!).

De middag was ter
vrije besteding, dus wat winkelen enz.
’s Avonds gingen
we met de kabelbaan de berg op, aan de voet waarvan Tromsö ligt. Bij mooi weer
heb je hier een fantastisch uitzicht over de stad, de fjord en de bergen, maar
ook nu was het bewolkt en nat. Gelukkig was er op de top van de berg een café
met een laaiend vuur in de open haard. Werd het toch nog erg gezellig. Net toen
we terug wilden gaan, werd het weer wat lichter en konden we toch nog genieten
van het uitzicht op de stad.

Dinsdag verlieten
we Tromsö. Het weer werd steeds beter en tijdens onze rit konden we (zonder
jas) genieten van schitterende landschappen. We passeerden de Noors-Finse grens
weer, reden ook nog een stukje door Zweden (slechte weg, dus snel weer naar
Finland) en passeerden onderweg gigantische leisteenplateau’s.

Ons einddoel voor
vandaag was Pallastunturi, gelegen midden in een natuurgebied. Stilte, rust,
veel muggen (dus zoals in alle hotels stevige horren voor de ramen) en
eindelijk: de zon! Om half drie ’s nachts was ik even wakker en schoof ik het
gordijn een stukje open: de zon scheen met volle kracht de kamer binnen. Dat
het absoluut niet donker wordt, is een heel rare ervaring. Je tijdsbesef lijdt
hier ook behoorlijk onder en zo is het ’s avonds heel laat voor je het weet.
Woensdag bezochten
we een rendier-farm. Rendieren hadden we al in overvloed gezien (af en toe
moest de bus stevig in de remmen als er weer zo’n beest de weg overstak), maar
hier leerden we hoe de Samen leven van de rendieren. Men volgt de kudden ’s
zomers naar het noorden en in de winter naar het zuiden. De melk wordt
gedronken, het vlees wordt gegeten, van het gewei worden allerlei
gebruiksvoorwerpen gemaakt, de huid werd vroeger gebruikt voor kleding en ook
nu nog om de tenten te bekleden.
Vervolgens
brachten we nog een bezoek aan een Husky-farm. De honden hadden “vakantie”,
want het was nu veel te warm (wel 16/17 graden) voor hen om te werken. In het
najaar en in de winter gaan ze voor de slee (meestal voor de toeristen, want de
plaatselijke bevolking beschikt tegenwoordig over uiterst moderne
sneeuwscooters).
Huskies zijn heel
lieve honden, die al die aandacht prachtig vonden. Vooral de puppies zou je zo
mee naar huis nemen (maar ja, een kilo vlees en een paar uur rennen per dag is
toch wel wat veel gevraagd).

Onze laatste
overnachting was weer in Rovaniemi. Uiteraard hebben we ’s avonds nog lang en
gezellig doorgepraat, onder het genot van de nodige drankjes.
Donderdag: lekker
uitgeslapen, rustig ontbeten, een kopje koffie buiten in het zonnetje gedronken
en dan rond de middag naar het vliegveld voor de terugreis naar Nederland.
Al met al een
prachtige reis. Jammer dat het weer niet altijd meewerkte, maar dat gaf ook wel
iets speciaals aan het geheel.
Volgend jaar:
IJsland? Schotland? Jullie horen en zien het wel.
Voor wie nog
weggaat deze zomer: een hele goede vakantie gewenst en laat ons eens weten waar
je geweest bent!
Geerte