IJsland, 25-5 -
2-6-2004
De plannen waren er
vorig jaar al, en dit jaar zijn die plannen uitgevoerd: vakantie in IJsland.
De opmerkingen
vooraf:
-
wat moet je daar nou?
-
Daar is het toch
alleen maar koud en nat
-
Daar komen toch alle
weerdepressies vandaan?
-
Dat zal wel een dure
vakantie worden; de prijzen rijzen daar de pan uit!
Nou, lieve mensen,
dat laatste is in elk geval waar. Alles is er twee tot drie keer zo duur als in
Nederland, maar ja, je hebt vakantie, dus…….
Verder hebben we
zeven van de acht dagen zon gehad, was het vaak mogelijk in T-shirt buiten te
lopen, en wat ik daar moest? Dat wil ik jullie aan de hand van de volgende
foto’s laten zien. Een ongelofelijk veelzijdig landschap, spuitende geisers,
kokende waterbronnen, pruttelende zwavel, lava, vooral veel lava, kortom: een
aanrader voor iedereen.

Op 25 mei vlogen we
in minder dan drie uur naar Keflavik, het internationale vliegveld. Aangezien
het in de zomer op IJsland twee uur vroeger is dan hier, waren we om ca. 15.30
uur plaatselijke tijd voorzien van de koffers. Ons eerste doel was de Blue
Lagoon, een natuurlijk “zwembad”. Het water is er 38 graden, en ziet er wat
melkwit uit door de mineralen.

Na een verfrissend
bad reden we naar ons hotel in Reykjavik.
26-5:
Reykjavik-Kirkjubaejarklaustur
De zon schijnt, en
we vertrekken voor onze eerste volle dag van de rondreis.
Onderweg komen we
een plantje tegen, waarvan de katjes wel erg op onze wilgenkatjes lijken. Dat
klopt: de bomen in IJsland groeien zelden omhoog, maar blijven laag bij de grond.
Dit is dan ook een kruipwilg.

We komen bij onze
eerste waterval (er zullen er nog veel volgen deze reis), de Seljafoss. Er
loopt een pad achter de waterval langs. Wel wat nat, maar heel bijzonder.

Al snel volgt de
volgende waterval, de Skogafoss. Wat hoger, wat breder:

Vlak bij deze
waterval ligt Skogar, waar een klein open-lucht museum is gevestigd. Het
binnen-museum omvat een ongelofelijke verzameling van werktuigen welke op
IJsland werden en worden gebruikt voor de landbouw, de visserij, huisvlijt enz.
Het buitenmuseum bestaat uit een kerkje, een schoolgebouwtje en wat huisjes. De
verzamelaar, dhr. Thomasson, geeft in een razend tempo tekst en uitleg bij zijn
verzameling. En passant speelt hij in het kerkje nog even op het orgel en nodigt
iedereen uit mee te zingen.

De bedoeling was dat
we nog zouden rijden naar Dyrhólaey, een rots waarop papagaaiduikers zitten,
maar omdat deze beestjes op dit moment broeden, is de rots verboden gebied.
Dus naar ons hotel
in Kirkjubaejarklaustur (vertaald: kerk-boerderij-klooster). Een plaatsje
bestaande uit een groot hotel en ongeveer twintig huizen. Erg rustig dus.
27-5:
Kirkjubaejarklaustur-Höfn
Het landschap is
weer totaal anders vandaag. We zien lava-vlaktes, waarop IJslands mos groeit. Het lijken net kussentjes. Ook
als je er op loopt, voelt het zo aan. Wel opletten, want door het mos zie je de
gaten in de lava niet meer.


Het is net een
maanlandschap waarover je uitkijkt.
We komen in het
Skaftafell Nationaal Park, een gebied bestaande uit spoelzandvlaktes, en
gletsjers van de Vatnajökull ijskap. Deze ijskap is 83000 vierkante kilometer
groot en daarmee groter dan alle andere gletsjers van Europa samen.
Ook vandaag is het
prachtig weer, en de gletsjers zien er dan ook schitterend uit:

Het lijkt of je zo
naar zo’n gletsjer toe kan lopen, maar dat valt vies tegen.
Je kunt, na een
stevige wandeling wel vlakbij de gletsjer komen, maar er is altijd een gebied
met gesmolten water waardoor je niet echt op het ijs komt. Van dichtbij ziet
het ijs er trouwens een stuk smeriger uit:

De grootste
verrassing van vandaag komt nog: het Jökulsárlón gletsjermeer. Met een
amfibievoertuig rijden we het meer in en varen we tussen de afgebroken stukken
ijs door. Een ervaring die je nooit meer vergeet.


We rijden door naar
Höfn en blijken te slapen in een dependence van het hotel. In de dependence is
helemaal niets te beleven. We eten in het hotel zelf, en smokkelen wat wijn mee
(wijn mag officieel alleen in staatswinkels verkocht worden, hotels mogen
alleen bij het eten wijn serveren).
Dan blijkt dat er
uit de diverse koffers nog meer drank tevoorschijn komt, en zo wordt het toch
nog een gezellige avond.
28-5:
Höfn-Egilsstadir
Weer mooi weer, wel
wat wind, maar daar malen we niet om.
We rijden over de
Almannaskard pas en maken een stop bij de Amerikaanse legerbasis op IJsland.
Erg veel activiteit is daar niet, maar het uitzicht maakt veel goed. Vooral als
de zon op de bergen schijnt:

We zijn inmiddels
aan de oostkust van IJsland aangekomen, die bestaat uit fjorden. Hemelsbreed
zijn de afstanden niet zo groot, maar omdat je telkens om zo’n fjord moet
heenrijden, duurt het behoorlijk lang. Ons einddoel vandaag is Egilsstadir, de
belangrijkste plaats aan de oostkust. Hier komen de grote schepen met goederen
aan, die vervolgens over de weg verder in IJsland vervoerd worden.
We overnachten in
een internaat. Aangezien de schooljeugd hier inmiddels vakantie heeft, wordt
dit internaat in de zomermaanden als hotel gebruikt.
29-5:
Egilsstadir-Myvatn
Het wordt vandaag
een pittig en warm dagje.
Via een uitgestorven
vlakte (en als er al wat rijdt, zie je dat op kilometers afstand door de
stofwolken die opgeworpen worden) naar de Dettifoss, een waterval van maar 44
meter hoog, die echter wel 500 kubieke meter water per seconde er door heen
jaagt. Om bij de waterval te komen moeten we een afdaling maken over een nogal
ongelijk uitgehouwen trap (nou ja, trap: je gooit gewoon hier en daar een steen
neer en dat wordt vanzelf een soort pad). Het uitzicht op de waterval is die
wandeling echter volledig waard.

Vervolgens rijden we
naar het Myvatn meer. Onze chauffeur is afkomstig uit deze omgeving, en kan ons
dus veel laten zien. Ook durft hij de meest smalle weggetjes te nemen.
Onze eerste stop is
in de buurt van de Krafla-krachtcentrale. Helaas is het niet mogelijk deze te bezoeken. Er lopen
gigantische leidingen door de streek, die het warme water omzetten in
electriciteit.
We beklimmen de
Viti-krater (Viti = hel) en hebben een prachtig uitzicht op het in de krater
gelegen meer.

Tijdens onze rit
hebben we het in de verte al zien stomen, en onze volgende stop is dan ook bij
Namaskárd, een vulkanisch landschap met kokende modderpoelen en zwavelbronnen.
Het stinkt er uiteraard wel, maar dit moet je gezien hebben om te geloven dat het
bestaat.


Op de rechterfoto
zie je opgedroogde modder, die gebarsten is. Je schoenafdruk blijft er in
staan, en de vorm van het poppetje is louter toeval, maar wel apart.
Vervolgens gaan we
naar het gebied waar de breuklijn door IJsland loopt. Er is meetapparatuur
opgesteld, waardoor duidelijk is dat de breuk per jaar zo’n twee centimeter
breder wordt. In dit gebied zijn ook veel grotten en grillige
lava-constructies.
Een
flat-grot
Ons hotel voor
vandaag ligt direct aan het Myvatn-meer, en we hebben dan ook een schitterend
uitzicht.
30-5:
Myvatn-Akureyri
Een lange dag
vandaag, en dus vroeg uit de veren. We rijden eerst via Húsavik (waar we later
vandaag nog terug komen) naar de Ásbyrgy-kloof, een hoefijzervormige kloof,
welke (volgens de legende) is ontstaan doordat Sleipnir, het achtbenige paard
van de oppergod Odin, struikelde en hier zijn hoef neerzette.

Een prachtig gebied:
volkomen stilte, op wat vogelgezang na, hoge rotsen, een meertje, veel berkjes.
Daarna rijden we
terug naar Húsavik, (huizenbaai), de eerste nederzetting op IJsland.
Na wat gegeten te
hebben, gaan we aan boord van drie vissersboten. De bedoeling is dat we
walvissen gaan spotten. Eerst varen we langs een rots in de baai, waar veel
papagaaiduikers zitten. We mogen niet al te dicht bij komen, maar onderscheiden
toch wat zwart/witte vogeltjes met geel/rode snavels. Dan komen er dolfijnen in
zicht. De boten gaan er op topsnelheid op af. Inmiddels zitten we op open zee,
en is het wat meer gaan waaien, zodat er een behoorlijke deining staat en het
water af en toe over de rand van de boot komt.
de
papagaaiduikers-rots
Walvissen zien we
helaas niet, maar toch waren ook deze drie uurtjes onvergetelijk.
We rijden vervolgens
naar ons hotel in Akureyri, en stoppen onderweg nog even bij de Godafoss
(waterval van de goden).

Akureyri ligt aan
een fjord, en wie schetst onze verbazing als we vanuit de bus duidelijk een
walvisstaart zien duiken in de fjord. Eerst gelooft niemand dat natuurlijk,
maar als het dier nogmaals uitademt en weer onderduikt, kan niemand er meer om
heen.
Tijdens een
avondwandelingetje blijkt dat er twee walvissen in de fjord zwemmen. Is de
walvissafari dus toch nog gelukt.
31-5 Akureyri –
Borgarnes
Ons eerste doel
vandaag is de Skagafjördur vallei. Hier zijn vele paarden fokkerijen. We
brengen een bezoek aan zo’n fokkerij, waar het Ijslandse paard wordt gefokt.
Dit paard is zo bijzonder omdat het in vijf verschillende gangen kan lopen
(andere paarden meestal maar drie, hooguit vier). Het paard is overal ter
wereld geliefd. Als een IJslands paard wordt verkocht en uitgevoerd naar het
buitenland, mag het nooit meer naar IJsland terugkomen.
We krijgen een
demonstratie paardrijden te zien door vader en twee van zijn dochters, bezoeken
de stallen en worden vervolgens getrakteerd op koffie met IJslandse
pannenkoekjes.

Vervolgens rijden we
naar Reykholt, waar de boerderij van staatsman/dichter Snorri Sturluson heeft
gestaan (1175-1241, schrijver van de Edda). Deze man was zo slim om de
warmwaterbron bij de boerderij te benutten en via een leidingstelsel een
verwarmd buitenbad aan te leggen.
Ook hier vinden we
dus weer geothermische bronnen, waar kokend water zomaar naar buiten stroomt.
Tegenwoordig staan hier kassen, waar tomaten gekweekt worden (warmte genoeg
dus, en aangezien het hier in de zomer niet donker wordt, is er ook meer dan
voldoende licht en kan er veel geoogst worden).

Ons volgende doel is
de Hraunfossar, een landschap vol watervalletjes. Bijzonder is dat het water
hier tussen verschillende steenlagen vandaan tevoorschijn komt.


Honderd meter verder
ligt de Bjarnafoss (kinderwaterval). Het verhaal gaat dat twee kinderen vanaaf
een natuurlijke brug over de rivier in het water zijn gevallen. Om herhalingen
te voorkomen hebben de ouders de overspanning afgebroken.
Onze laatste stop
vandaag is in Borgarnes, aan de westkust. Als we in ons hotel aan tafel zitten,
begint het ongelofelijk te regenen. Het landschap ziet er dan ineens
ongelofelijk triest uit.
Op mijn kamer blijkt
de verwarming het zo goed te doen, dat het er zo’n dertig graden is. Ik zoek
driftig naar een knop of iets dergelijks om het kreng uit te zetten, maar vind
niets.
Om twaalf uur ’s
nachts besluit ik er toch maar even iemand bij te halen, want deze warmte is
niet te harden.
Het blijkt dat de knop
is afgebroken (blijkbaar op het moment dat de hoogste stand bereikt was). Met
een tang wordt de radiator afgesloten, maar het duurt tot de volgende morgen
voordat de temperatuur weer enigszins aanvaardbaar is. Een benauwd nachtje dus.
1-6: Borgarnes-Reykjavik
Vandaag staat de
gouden cirkel op het programma. Een tocht die ook als excursie vanuit Reykjavik
is te boeken, en dus zien we ineens veel mensen onderweg. Ook regent het
vandaag, maar dat doet ons beseffen dat het ook alle dagen zulk weer had kunnen
zijn.
Allereerst bezoeken
we Thingvellir, de plaats waar in het jaar 930 het eerste parlement van de
wereld, de Althing, werd opgericht. Eens per jaar kwam men hier bij elkaar om
te beslissen inzake nieuwe wetten, huwelijken te sluiten, executies uit te
voeren, en ruzies te beslechten.
Ons volgende doel is
de Gullfoss waterval, een “tweetraps”waterval:

Daarna is de Geysir
aan de beurt. Deze “moeder aller geisers” is zelf niet meer aktief, maar
honderd meter verder is bij de laatste aardbeving in dit gebied een nieuwe
geiser ontstaan, de Strokkur. Deze spuit het water zo’n twintig meter hoog en
doet dit zonder enige regelmaat, zodat het telkens een verrassing is. Dus:
camera in de aanslag en maar hopen dat de foto lukt.

Onderweg naar
Reykjavik stoppen we nog even bij de Kerid-krater, 55 meter diep met een
blauw-groene poel op de bodem.

Dan door naar
Reykjavik. We maken een stadstour en bekijken de stad eerst vanuit het Perlan,
een opslagplaats voor het warme water van Reykjavik. De zes tanks staan in een
cirkel opgesteld, en in die cirkel bevindt zich een gebouw met
conferentieruimtes, restaurants en uitzichtpunt.
Hiervandaan heb je
een schitterend uitzicht over de stad.
Op de foto de
Halgrimskerk

We rijden langs de
haven, door de stad en komen uit bij de Halgrimskerk.
In de kerk zit een
eenzame bezoeker, terwijl zijn vrienden buiten op het plein zitten.


Tenslotte op naar
ons hotel, waar we tamelijk luidruchtig ons laatste diner hebben. En dan
bijtijds naar bed, want om half vier plaatselijke tijd loopt de wekker af.
2-6:
Reykjavik-Amsterdam
En dan zitten we om
vier uur ’s nachts aan het ontbijt. Vooral veel koffie is er nodig.
Om half zes zijn we
op het vliegveld. Het inchecken gaat vlotjes, en dan is er gelukkig weer
koffie.
Om half acht gaan we
de lucht in, en na een vlucht van zo’n drie uur landen we om half een
Nederlandse tijd op Schiphol.
Een onvergetelijke
reis, natuurlijk mede dankzij het prachtige weer.
Ik kan het iedereen
aanraden.
Meest gehoorde kreet
tijdens de vakantie: ik kom fotorolletjes te kort!
Voor wie nog weggaat
deze zomer: een heel goede vakantie gewenst en laat eens wat van je reis zien!
Geerte